Hermelijnbladroller

Nachtvlinderonderzoek

Onderscheid dagvlinders/ nachtvlinders (motten).

Vlinders behoren binnen de klasse insecten tot de orde Lepidoptera of schubvleugeligen, ze worden ingedeeld in dag- en nachtvlinders. Men zou denken dat het onderscheiden van beide groepen gemakkelijk is: dagvlinders vliegen overdag en nachtvlinders vliegen ’s nachts… maar deze stelling is echter niet correct.
Dagvlinders vliegen inderdaad overdag , maar niet alle nachtvlinders zijn (enkel) ’s nachts actief. Een ganse reeks nachtvlinders vliegen ook overdag, voorbeelden zijn de Gamma-uil (Autographa gamma), de Sint-Jansvlinder (Zygaena filipendulae) en de Kolibrivlinder (Macroglossum stellatarum).
Om dag- en nachtvlinders van elkaar te onderscheiden kijkt men naar de antennes.
Hebben de antennes een knopje, dan spreekt men van een dagvlinder.
Heeft de vlinder antennes zonder knopje maar zijn deze geveerd of dradig, dan gaat het om een nachtvlinder.
Alleen de bloeddrupjes (Zygaeninae) zoals de Sint Jansvlinder (Zygaena filipendulae) maken hierop een uitzondering en hebben wel een knopje aan het uiteinde van de antennes.
StipjesbladrollerBinnen de groep van de Lepidoptera zijn nachtvlinders de grootste groep met meer dan 2000 soorten. Net als bij de dagvlinders zijn er bij de nachtvlinders echte trekkers die in de zomerperiode vanuit het zuiden oprukken naar onze contreien.
Nachtvlinders zijn er in alle seizoenen van het jaar zelfs in putje winter. Elk seizoen heeft zijn specifieke soorten en sommige soorten hebben een zeer korte vliegperiode als imago omdat ze geen voedsel opnemen. Sommige soorten hebben meerdere generaties per jaar, een groot aantal slechts één.

 

Soorten nachtvlinders.

De nachtvlinders worden opgedeeld in kleine vlinders (microlepidoptera), en grote nachtvlinders (macrolepidoptera).
De grootte van de vlinder is de basis voor het onderscheid tussen micro’s en macro’s maar er is een overlappingszone.

Microvlinders

Micro’s hebben aan de basis van de vrij lange antennen een verdikking en meestal liggen de antennen in rust over het borststuk, daarbij hebben ze lange poten met lange sporen.
Hun vleugels zijn vrij smal, grof beschubd en hebben een zeer lange franje aan de achterrand.

Marcrovlinders

De definitie van de macrovlinders is  een stuk ingewikkelder. Er zijn ’s nachts en overdag vliegende soorten, soorten met brede en smalle vleugels, korte en lange franje, somber en kleurrijk. Ook de antennen van de macronachtvlinders zijn er in tal van vormen, waaronder draadvormig, knotsvormig en licht tot zeer sterk geveerd.
In rust houden ze hun antennes onder hun lichaam, dit in tegenstelling tot de micro’s.

Nachtvlindermeetnet

Inleiding

Nachtvlinders vormen een zeer uitgebreide soortengroep, maar ze zijn nog bijzonder weinig
onderzocht, ook in onze natuurgebieden. Met een kwikdamplamp kan je motten aantrekken
zonder dat je er achter moet gaan zoeken. In het verleden werd dit vooral genoteerd in
soortenlijstjes wat op zich al boeiende informatie opleverde over de verspreiding van nachtvlinders in Vlaanderen.
Maar door een vast protocol te volgen en ook de aantallen te noteren kan je
tendensen in aantallen vaststellen, die veel kunnen vertellen over de kwaliteit van een gebied of reservaat. Elke soort nachtvlinders heeft immers zijn eigen biotoopnodig met soms zeer specifieke waardplanten. Door het vangen van nachtvlinders kan je dus eigenlijk al grotendeels te weten komen welke biotopen en planten er voorkomen.
Door in verschillende gebieden dezelfde methode te gebruiken, kunnen deze gegevens onderling met elkaar worden vergeleken. Op basis hiervan kan de toestand van onze
nachtvlinderdiversiteit worden gemeten, kunnen veranderingen worden vastgesteld, en kan
gezocht worden naar verklaringen voor verschillen tussen gebieden. Die kunnen het gevolg
zijn van interne factoren in het gebied, maar ook van externe factoren zoals het omliggende
landgebruik.
In 2007 startte ook onze afdeling met het inventariseren (nachtvlindermeetnet). Dit zowel in het stedelijk landschap als in onze natuurgebieden.

Doelstelling

Wat willen we aan de hand van het onderzoek te weten komen?

  1. Inschatten van de soortendiversiteit aan nachtvlinders in onze regio en in onze
    natuurreservaten maw welke soorten komen er voor.
  2. Vergelijken van de soortendiversiteit tussen locaties met verschillend landgebruik of
    beheervorm
  3. Onderzoeken van effecten van de omgeving op de soortendiversiteit
  4. Monitoren van trends en aantallen van nachtvlinders op lokale schaal en op schaal
    Vlaanderen

Methode

De val

BandlichtmotIn dit meetnet wordt met één lamp- of valtype gewerkt; een val van het type ‘Jacobs’, Skinnerval (koffermodel). De nachtvlinders worden aangetrokken door het licht en komen via een trechter in een bak terecht waar ze zich kunnen verstoppen
Afmetingen 44 x 42 x h35 cm, met een centrale opening van 2,5 cm tussen twee
plexiglazen platen die de trechter van de val vormen)
Er wordt gebruik gemaakt van  een kwikdamplamp van 125W.
De lichtval plaatsen we op een wit laken van ongeveer 7 m2.
Opdat de vlinders zich zouden kunnen verstoppen worden in elke helft van de bak drie halve eierkartons geplaatst en een volledig karton tegen elke wand aan de buitenzijde. De eierkartons worden zo opgesteld dat zij het centrale gedeelte niet bedekken.

Locatie

Bij het kiezen van een locatie zorgen we ervoor dat deze representatief is voor het reservaat en die niet sterk verandert met de jaren.
Om ongunstige invloeden te vermijden plaatsen we de val niet vlakbij een vijver, want daar dalen de temperaturen snel en vindt nevelvorming plaats.
Ook straatverlichting heeft een negatieve invloed, de val lokt de hoogste aantallen nachtvlinders in een onverlichte omgeving.

Vangstperiode

Kleine zwartwitmotDe vangstperiode situeert zich tussen 1 maart en 15 oktober, af en toe wordt in november -februari, op zeer zachte nachten de val geplaatst.
Verspreid over de verschillende seizoenen vangen we in een natuurreservaat wekelijks met een minimum van 15 nachten per jaar, in eigen tuin 20 nachten.
De grootste aantallen nachtvlinders worden gevangen op bewolkte en zachte nachten tijdens de zomerperiode en soms worden tot een paar duizend exemplaren per nacht gevangen . Een beetje regen (“motregen”) – zelfs buiig weer - kan geen kwaad, zolang het maar zacht is en niet te hard waait.

Vangen

De val wordt opgesteld zodra het schemerdonker is, de lamp brandt dan tot het 's ochtends
licht wordt, dit om te voorkomen dat de motten 's nachts opnieuw gaan rondvliegen in de bak en zich beschadigen.
’s Morgensvroeg wordt de val geledigd en alle exemplaren worden per soort geteld, zowel in de val als op de buitenzijde, op het laken en in de vegetatie vlakbij de val.
Om te voorkomen dat de nachtvlinders ten prooi vallen aan vogels worden ze in het dichte struikgewas vrijgelaten.

Determinatie

Om de gevangen nachtvlinders te determineren gebruiken we de volgende gidsen/websites:

voor de macro’s: gids: “Nachtvlinders” van Waring & Townsend .
voor de micro’s: websites:

  • Microlepidoptera.nl, digitale gids voor de kleinste vlinders van Nederland.
  • UKmoths, your online guide to the moths of Great Britain and Ireland.

Zeer zeldzame soorten en zeldzame soorten worden gefotografeerd. Bij discussie kunnen deze foto’s gebruikt worden als bewijsmateriaal. Dit geldt trouwens ook voor moeilijk te onderscheiden soorten.

Invoeren in databank

Gewone witvlakbladrollerAlle gegevens worden na determinatie ingevoerd in waarnemingen.be de online databank van Natuurpunt Studie vzw.
Niet enkel nachtvlinders worden door licht aangetrokken, ook andere insecten zijn er gevoelig voor en kunnen in de val opduiken. Het is dus interessant ook deze vangsten systematisch te noteren, zodat we de verspreiding beter in kaart kunnen brengen.

 

 

 

Resultaten interpreteren

Aan de hand van de vangstresultaten kunnen we conclusies trekken over onze vangsten.
Het is daarom belangrijk dat de inventarisatie-inspanning dezelfde blijft en dit over meerdere jaren.
De lokale nachtvlinderfauna is dynamisch, dwz: soorten verdwijnen, terwijl andere verschijnen. Het onderzoek laat ons toe deze veranderingen met concrete aantallen in kaart te brengen.
Deze veranderingen geven ons tevens een beter zicht op het natuurbeheer. Indien nodig kunnen we het beheer bijstellen.
Bovendien is het mogelijk verbanden te vinden tussen de vangstresultaten en de weergegevens.
Wanneer we meer dan éénmaal per week inventariseren, kunnen we zelfs fenologische veranderingen in vliegtijden detecteren.

Links en Literatuur

Wim Veraghtert, Wouter Vanreusel, Pieter Van Dorsselaer & Marc Herremans 2009
Module F4 - Nachtvlindermeetnetversie

Waring, P. & Townsend M. 2007. Nachtvlinders. Veldgids met alle in Nederland en BelgiŽ
voorkomende soorten. Tirion Natuur, Baarn.
Het standaard werk voor het op naam brengen van alle inheemse macro-nachtvlinders.

Vlindernet: dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders, http://www.vlindernet.nl

UKmoths, your online guide to the moths of Great Britain and Ireland.
http://ukmoths.org.uk

Microlepidoptera.nl. Digitale gids voor de kleinste vlinders van Nederland
http://www.microlepidoptera.nl